AVI Start
AVIgroep 3, begin
- Zinnen
- Zeer korte zinnen (3–6 woorden), 1 hoofdgedachte per zin.
- Woorden
- Alleen klankzuivere woorden van 1 lettergreep (mkm: bak, pen, vis).
- Verhaal
- Directe herkenning van letters en klanken. Veel herhaling.
Ieder kind leest op zijn eigen tempo. Avirae verwerkt het niveau in elk verhaal: zinslengte, woordkeus en diepgang worden precies afgestemd. Hieronder vind je de belangrijkste kenmerken per niveau, en onderaan hetzelfde verhaal — geschreven op elk AVI-niveau — zodat je het verschil direct ziet.
groep 3, begin
groep 3, midden
groep 3, eind
groep 4, midden
groep 4, eind
groep 5, midden
groep 5, eind
groep 6, midden
groep 6, eind
groep 7, midden
groep 7, eind
groep 8 en verder
beginnende lezers
groep 3
groep 4
groep 5
groep 6
groep 7
groep 8
onderbouw VO
bovenbouw VO
Één verhaal, twaalf versies. Zo zie je precies hoe zinslengte, woordkeus en diepgang meegroeien met de lezer.
Liva loopt in het bos. Daar ligt iets. Het is een veer. De veer is goud. Liva pakt de veer. De veer is warm. Liva lacht. Ze rent naar huis.
Liva loopt door het bos. Op de grond ligt een veer. De veer is heel geel. Hij lijkt wel van goud. Liva raapt de veer op. De veer voelt warm aan. Ze houdt hem goed vast. Dan hoort ze een zacht lied.
Liva loopt door het stille bos en kijkt om zich heen. Op het pad ligt een veer. De veer is geel en glimt in de zon. Liva raapt hem op en voelt dat hij warm is. Ze hoort ineens een zacht lied. Het lied komt uit een oude boom. Liva loopt langzaam naar de boom toe. Ze is niet bang, ze is heel nieuwsgierig.
Het was stil in het bos toen Liva een gouden veer op het pad zag liggen. Ze raapte hem op en voelde dat de veer warm was, alsof hij nog leefde. Op datzelfde moment begonnen de bladeren om haar heen zachtjes te zingen. Liva keek verbaasd omhoog en zocht naar de vogel die de veer had verloren. In de stam van een oude eik ontdekte ze een klein rond deurtje. Ze wist het zeker: hier klopte iets bijzonders.
Het was een stille ochtend in het bos, totdat Liva een gouden veer op de grond zag liggen. Ze wist meteen dat dit geen gewone veer was, want zodra ze hem aanraakte werd hij warm in haar hand. Om haar heen begonnen de bladeren zachtjes te zingen, alsof ze haar iets wilden vertellen. In de stam van de oude eik ontdekte Liva een deurtje dat er gisteren nog niet was. Ze aarzelde even, maar toen deed ze het deurtje open, omdat haar nieuwsgierigheid groter was dan haar angst.
Het was een ongewoon stille ochtend in het bos toen Liva de gouden veer op het pad ontdekte. Zodra haar vingers de veer raakten, werd hij warm en begonnen de bladeren om haar heen zachtjes te neuriën. Ze draaide zich langzaam om en zag in de stam van de oude eik een klein, houten deurtje verschijnen. Liva wist dat ze een keuze moest maken: doorlopen naar huis, of het deurtje openen en ontdekken wie haar bij haar naam riep.
Liva was gewend aan de geluiden van het bos, maar deze ochtend voelde anders — stiller, oplettender, alsof de bomen naar iets luisterden. Halverwege het smalle pad ontdekte ze een veer die zo geel was dat hij bijna licht gaf; het moest wel goud zijn. Toen ze hem aanraakte, warmde de veer op in haar handpalm en begon een zacht, hoog lied dwars door de bladeren te wandelen. In de stam van de eeuwenoude eik zag ze een deurtje dat er gisteren zeker niet was geweest, en heel even hoorde ze haar eigen naam.
Het bos leek die ochtend zijn adem in te houden, alsof het wachtte tot Liva de veer zou vinden die schuin op het mospad lag. Ze bukte, aarzelde een tel, en pakte hem toen op; onder haar vingers werd het goud eerst warm en daarna trilde het, als een klein, ademend hart. Om haar heen begonnen bladeren te fluisteren in een taal die ze half leek te herkennen, en achter haar, in de knoestige stam van de oude eik, tekende zich een deurtje af dat er de vorige dag beslist niet was geweest.
De stilte in het bos was die ochtend zo vol dat Liva hem bijna kon aanraken, als een gordijn dat zachtjes bewoog tussen de bomen door. Op het mospad lag een veer, glanzend als vloeibaar goud, en al voordat ze hem opraapte wist Liva dat deze niet aan een gewone vogel had toebehoord. Toen haar hand zich sloot rond de warme spoel, begonnen de bladeren te zingen — niet luid, maar dringend, alsof ze een boodschap doorgaven die alleen voor haar bedoeld was. In de stam van de eeuwenoude eik verscheen een deurtje, en Liva voelde dat dit het begin was van iets waar ze niet meer omheen kon.
Het bos hield die ochtend een merkwaardige stilte aan, het soort stilte dat niet leeg is maar juist boordevol wacht, alsof iets — of iemand — Liva al eerder had opgemerkt dan zij zichzelf. Halverwege het pad lag een veer die het licht van de opkomende zon gulzig opving, en zodra Liva hem tussen duim en wijsvinger nam, trilde het goud onder haar huid als een woord dat op het puntje van haar tong lag. Toen begon het lied: geen melodie die ze kon meezingen, maar een reeks tonen die precies pasten in de holten van de bomen, en in een van die bomen, de oudste eik van allemaal, tekende zich een deurtje af waarvan Liva zeker wist dat het gisteren nog niet had bestaan.
Wie in de vroege ochtend het bos betreedt, weet dat er twee soorten stilte bestaan: de stilte die je verwelkomt, en de stilte die luistert — en op deze ochtend, wist Liva zeker, was het de tweede soort die haar tussen de dennen tegemoetkwam. Op de rand van het mospad lag de veer die alles zou veranderen, en hoewel Liva pas negen was, herkende ze meteen dat dit geen sieraad van een vogel was, maar iets dat door iemand — of iets — met opzet voor haar was neergelegd. Nauwelijks had ze het goud aangeraakt of de bladeren begonnen te zingen, ingehouden en helder, en in de knoestige romp van de oudste eik schoof een deurtje open, precies groot genoeg voor een meisje dat de moed had het te openen.
Er zijn ochtenden waarop het bos je toestaat binnen te komen zoals altijd, en er zijn ochtenden waarop het bos, met een bijna hoorbare buiging, een pad voor je vrijmaakt dat je nog niet kende — en deze ochtend, dat wist Liva op het moment dat haar laarzen het mos raakten, behoorde onmiskenbaar tot de tweede soort. De veer die tussen twee wortels lag, glansde met de rustige zelfverzekerdheid van iets dat op je heeft gewacht; Liva raapte hem op zonder aarzelen, want nieuwsgierigheid was bij haar altijd sterker geweest dan de angst die keurige kinderen wordt aangeleerd. Onder haar vingers ontwaakte het goud, en met dat ontwaken begonnen de bladeren een lied dat geen naam en geen einde had, een lied dat de stam van de eeuwenoude eik in beweging bracht totdat daar, alsof het altijd al aanwezig was geweest, een deurtje verscheen dat op maat leek gemaakt voor precies dit meisje en precies deze dag.
Kies het niveau van je kind en Avirae schrijft een uniek avontuur op maat.
Start gratis