AVI E4 · 15 min · Avontuur
Liva en het Zilveren Hoefijzer van de Wolken
Liva liep aan de rand van het bos. Het was een mooie middag. De zon scheen door de takken. Plotseling zag zij iets vreemds. Tussen de struiken zag zij blauwe vonken. De vonken dansten in de lucht. Liva werd meteen heel nieuwsgierig. Wat zou daar in het bos zijn?
Zij stapte voorzichtig over een tak. Het bos was hier anders. Dit was het grote Flitsbos. De bomen gaven hier zelf licht. Hun stammen gloeiden zachtjes groen en geel. De wolken dreven heel laag bij de grond. Het leek wel een tapijt van watten. Liva vond het prachtig om te zien.
Achter een dikke struik bleef zij staan. Haar mond viel open van verbazing. Daar lag een bijzonder paard in het gras. Het paard had manen die op mist leken. Uit zijn rug kwamen grote, witte vleugels. Het paard zag er moe en verdrietig uit. Liva voelde dat er iets mis was.
Zij liep heel langzaam naar het dier toe. 'Hoi, mooi paard', zei zij heel zachtjes. Het paard tilde zijn hoofd op. Zijn grote ogen keken Liva vragend aan. Hij wilde opstaan, maar dat lukte niet. Zijn vleugels fladderden even, maar ze waren zwak. De blauwe vonken om hem heen doofden uit.
Liva zag dat het paard een naam had. Op zijn halster stond de naam Aster. 'Ben jij Aster?' vroeg Liva aan hem. Het paard hinnikte zacht en knikte. Liva zag dat Aster pijn had aan een poot. Zij keek naar zijn hoef en zag een steentje. Het zat diep in de rand van zijn hoef.
Liva was een heel zorgzaam meisje. Zij wist precies wat zij moest doen. Zij pakte de hoef van Aster voorzichtig vast. Met haar vingers haalde zij het steentje weg. Aster gaf een klein zuchtje van opluchting. Hij wreef met zijn neus langs haar arm. Nu waren ze echte vrienden geworden.
Liva keek naar de andere hoeven van Aster. Zij zag dat er één hoefijzer miste. Het moest een magisch hoefijzer zijn. Zonder dat ijzer had Aster geen kracht meer. De magie in het Flitsbos werd ook minder. De bomen gaven al minder licht dan eerst. Liva wilde Aster heel graag helpen.
Zij zocht in haar tas naar iets lekkers. Zij vond een handje vol magisch gras. Dit gras glinstert altijd in het donker. Liva begon Aster er zachtjes mee te borstelen. Dat vond het paard erg fijn om te voelen. Door het gras kreeg Aster weer een beetje kracht. Hij kon nu eindelijk weer gaan staan.
Aster wees met zijn snuit naar de bergen. Hij liet Liva zien waar het ijzer was. Het lag bovenop de hoge Zuchtende Rots. Dat was een heel eind weg van hier. Liva wist dat zij daarheen moest gaan. Maar het pad was erg lastig en vol gevaar. Aster boog zijn knieën voor het meisje.
Liva begreep wat Aster van haar vroeg. Zij moest op zijn rug gaan zitten. Liva vond dat best een beetje spannend. Maar zij wilde haar nieuwe vriend niet laten staan. Zij klom voorzichtig op de zachte rug van Aster. Zijn manen voelden als koele, vochtige mist. Samen gingen zij op pad door het bos.
Het Flitsbos was nu heel erg donker. De paden veranderden steeds van plek. De ene keer liepen ze naar links. De andere keer was het pad opeens weg. Liva hield de manen van Aster stevig vast. 'We komen er wel, Aster', fluisterde zij. Zij vertrouwde het paard en hij vertrouwde haar.
Na een tijdje kwamen ze bij een rivier. Maar dit was geen rivier met gewoon water. Er stroomde glanzend sterrenstof door de bedding. Het stof glansde als zilverachtig zand in de nacht. Er was geen brug om overheen te lopen. De rivier was te breed om over te springen.
Liva wist dat zij magie moest gebruiken. Zij kende een spreuk uit een oud boek. Zij sloot haar ogen en dacht heel diep na. Zij tekende een boog in de lege lucht. 'Licht van de maan, laat een brug ontstaan!' riep zij. Plotseling verscheen er een brug van puur licht.
Aster stapte dapper over de brug van licht. Liva hield haar adem even in van spanning. De brug was stevig en bracht hen veilig over. Aan de overkant stonden ze bij een kloof. De kloof was heel diep en erg donker. Liva keek naar beneden en werd een beetje bang.
Zij haalde diep adem en werd weer dapper. 'Je kunt het, Aster', zei zij tegen hem. Aster spreidde zijn grote, witte vleugels wijd uit. Met een krachtige sprong vlogen ze door de lucht. Liva voelde de wind in haar haren waaien. Ze zweefden als een vogel over de diepe kloof.
Ze landden zachtjes bij de Zuchtende Rots. Deze rots was heel hoog en erg steil. Bovenop de top lag een groot nest van wolken. In dat nest zag Liva iets heel moois glimmen. Het was het Zilveren Hoefijzer van de Wolken. De wind om de rots maakte een zingend geluid.
Liva en Aster moesten nu heel erg stil zijn. De winden bewaakten de rots als een wachter. Als ze lawaai maakten, zou de wind gaan stormen. Liva liep op haar tenen over de harde stenen. Ieder klein geluidje klonk heel erg hard. Aster bleef beneden wachten en keek haar na.
Toen Liva bijna bij het nest was, ging het mis. Zij trapte per ongeluk op een losse steen. De steen rolde met veel lawaai naar beneden. Meteen begon de wind heel hard te loeien. De lucht werd grijs en de wolken tolden rond. Liva kon bijna niet meer op haar benen staan.
De storm werd steeds sterker en kouder. Liva wist dat zij iets moest doen voor Aster. Zij begon een zacht liedje te zingen voor hem. Haar stem was rustig en heel erg lief. De wind werd door haar liedje weer stil. De storm ging liggen en de zon kwam terug. Liva greep snel naar het hoefijzer.
Zij pakte het zware, zilveren ijzer uit het nest. Het voelde warm aan in haar kleine hand. Liva rende zo snel zij kon naar beneden. Aster stond daar al op haar te wachten. Zij plaatste het hoefijzer tegen zijn hoef aan. Met een flits zat het ijzer weer op zijn plek.
De vleugels van Aster gaven direct weer licht. De manen van mist werden helder en wit. De magie stroomde weer door het hele Flitsbos. De bomen gingen feller branden dan ooit tevoren. Aster hinnikte blij en maakte een klein sprongetje. Hij voelde zich weer sterk en vol kracht.
Aster boog zijn hoofd voor zijn dappere vriendin. Liva klom weer op zijn sterke rug. Met een grote vlucht gingen ze de lucht in. Ze vlogen over de bomen en de rivier. Liva lachte omdat zij zo blij was. Zij had de magie van het bos gered.
Aster bracht Liva terug naar de rand van het bos. Daar waar ze elkaar voor het eerst zagen. Liva aaide het paard nog één laatste keer. 'Dank je wel voor het avontuur', zei zij. Aster knikte en vloog toen hoog de wolken in. Hij was nu weer de koning van de lucht.
Liva liep voldaan naar haar eigen huis toe. In haar zak vond zij nog één blauwe vonk. Het was een cadeautje van haar magische vriend. Zij zou Aster en zijn vleugels nooit vergeten. Het bos was weer veilig door hun goede vriendschap. Liva droomde die nacht van vliegen op een wolk.
